Quis separabit. WO I: Grenspassage onder hoogspanning

In grensdorp Veldwezelt verloren tijdens de Eerste Wereldoorlog meerdere mensen het leven aan de elektrische ‘Doodendraad’. De laatste, de Brits-Ierse soldaat William G. Pigott, was de aanleiding voor een boek. Het motto van zijn regiment ‘Quis Separabit’ op zijn C.W.G.C.-grafsteen werd onze inspiratielijn.

Hoe verklaar je dat Veldwezelt verhoudingsgewijs zoveel agenten telde, die tijdens de Eerste Wereldoorlog werkten in de geallieerde inlichtingennetwerken? Hun dossiers berusten in het Algemeen Rijksarchief Brussel en het archief van de Université Catholique de Louvain(-la-Neuve). Onuitputtelijke bronnen die de gewone mannen én vrouwen achter de verzetsactiviteiten een gezicht en karakter geven.

Wonen aan de grens met Maastricht, een spionnennest in het neutrale Nederland, bood opportuniteiten. Dit boek vertelt hoe de Belgian agents vanaf het eerste oorlogsjaar actief waren als passeurs. Honderden wezen ze de weg om het bezette land te ontvluchten, om zich aan te sluiten bij de geallieerde troepen. Daarvoor gebruikten ze al hun inventiviteit om de Duitse wacht aan de elektrische draadversperring te verschalken. Die deed ook in Veldwezelt zijn reputatie van ‘Doodendraad’ gestand. Belgen, Fransen, een Rus en een Ier lieten het leven.

‘Quis separabit’: 200 pg. A4, full color, 15 €.

Bron: René Thewissen
Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in Heemkundig nieuws.