Heemkunde Actueel: verslag

Tijdens de studiedag ‘Heemkunde Actueel’ op 19 november in Gent werd uitgebreid van gedachten gewisseld over de tendensen en uitdagingen in het heemkundige landschap. Naast enkele inspirerende lezingen en een pittig debat, stonden ook drie parallelle workshops rond specifieke thema’s op het programma.

Hieronder kun je de powerpoint-presentaties van de twee plenaire lezingen nog eens bekijken. In de eerste lezing sprak Hilde Schoefs, conservator van het Openluchtmuseum Bokrijk, over ‘heemkunde en verjonging’. Walter Ysebaert (VUB) toonde vervolgens de mogelijke meerwaarde aan van een wisselwerking tussen vrijwilligers, professionelen en academici.

Ten slotte vind je hieronder ook een beknopt verslag van elk van de drie workshops.

Presentaties plenaire lezingen

Workshop 1: Jonge vrijwilligers versus oude verwachtingen

De inleiders van de workshop waren twee twintigers: Bert De Smet, ondervoorzitter van de Juliaan Claerhoutkring Wielsbeke, en Rob Bartholomees, bestuurslid van de Koninklijke Heemkundige Kring Sint-Hubertus Tervuren. Bert gaf eerst uitleg over hoe de heemkundige kring in Wielsbeke evolueerde van manclubje van 60-plussers tot een divers samengestelde groep qua leeftijd én geslacht. Ook de structuren werden veranderd. Eerst werd een aparte redactieraad geïnstalleerd naast het bestuur. Daarna werden ad hoc en projectmatige werkgroepen ingevoerd. Zo konden meer mensen betrokken worden bij de werking zonder dat die per se zelf in het kernbestuur moesten zetelen.

Rob lichtte vervolgens toe hoe het binnen de Heemkundige Kring Sint-Hubertus van Tervuren tot een aparte jongerenwerkgroep is gekomen. Toen hijzelf bestuurslid werd van de heemkundige kring bestond het bestuur ook voornamelijk uit 60-plussers. Vorige jongere bestuursleden hadden al na korte tijd hun ontslag aangeboden. Rob heeft toen één van die jongeren opnieuw aangesproken met de idee om een eigen heemkundige jongerengroep op te richten. Eerst vormde de groep een aparte vereniging, die wel publiceerde in het tijdschrift van de heemkundige kring. Recent werd de heemkundige jongerengroep één van de werkgroepen van de heemkundige kring.

De twee praktijkvoorbeelden lokten heel wat vragen uit, bijvoorbeeld rond de specifieke verwachtingen van jongeren naar heemkundige kringen toe. Net als bij ouderen komt dit neer op ‘bezig zijn met lokale geschiedenis’, maar de manier waarop verschilt. In Wielsbeke willen de ouderen bijvoorbeeld samen discussiëren over eigen onderzoek en doen ze dit meer voor zichzelf. Jongeren willen meer aan publiekswerking doen, willen naar buiten komen en gemeenschapsvormend werken. Die verschillen in manier van werken, sluiten eigenlijk aan bij de eigenschappen van ‘de nieuwe vrijwilliger’ die kortere engagementen aanneemt (zoals in de cursusreeks vrijwilligers rekruteren werd uitgelegd).

In drie groepjes werd vervolgens gediscussieerd over een aantal stellingen. De stelling dat samenwerking tussen jongeren en ouderen niet lukt, werd geponeerd om de deelnemers te laten kiezen tussen een intergenerationeel bestuur en een aparte jongerenwerking. De conclusie was dat beide systemen kunnen werken; afhankelijk van de omstandigheden moet ofwel voor het ene of het andere gekozen worden. Het belangrijkste is dat jongeren zich kunnen identificeren en dat de structuur goed is uitgewerkt. De stelling dat jongeren geen interesse hebben voor heemkunde, werd niet aanvaard door de meerderheid van de deelnemers. Het moet goed aangebracht worden en men moet niet verwachten dat ze een engagement van 20 jaar aangaan. Belangrijk is om in te spelen op de noden van de ‘nieuwe vrijwilliger’. Dat heemkunde niet sexy is, kan ondervangen worden door zaken te brengen zonder dat er van een bepaalde voorkennis wordt uitgegaan. Werkgroepen waar jongeren een grote rol kunnen spelen zijn ook een goede oplossing.

Workshop 2: Heemkundige versus academische geschiedschrijving

De inleiders van de workshop waren twee dames: Fien Danniau, verbonden aan het Instituut voor Publieksgeschiedenis van de U Gent, en Lut Bavay, een enthousiaste vrijwilligster van de Heemkundige Kring Erpe-Mere. Fien – die zichzelf “de heemkundige van de universiteit Gent” noemde – opende de workshop met een korte uitleg over de taken van een academicus aan een universiteit. Van een academicus wordt vandaag verwacht dat hij onderwijst, onderzoekt en zijn diensten aan de gemeenschap aanbiedt. Men controleert en meet grondig in welke mate de academicus de hem opgelegde taken volbrengt en uiteraard heeft dit alles gevolgen op het vlak van financiering van onderzoeksteams, departementen, faculteiten… Een academisch historicus start zijn onderzoek vanuit een probleemstelling. Bovendien moet zijn onderzoek vernieuwend zijn met betrekking tot het onderwerp, de methodologie, de gebruikte bronnen, de onderzochte periode… Het werk van een academisch historicus verschilt dus van hetgeen een heemkundige of erfgoedwerker doet. De heemkundige gaat vaak louter beschrijvend te werk en beperkt zich meestal tot het lokale. Heemkundigen zouden van academici zeker wat kunnen opsteken op vlak van methodologie of van het aansnijden van nieuwe onderzoeksonderwerpen. Volgens Fien kennen academici en heemkundigen mekaar duidelijk niet. Ze weten van mekaar niet waarmee ze bezig zijn. Er is duidelijk een probleem van informatiedoorstroming.

Lut getuigde over de contacten die zij als heemkundige heeft met academici. Bijna steeds zijn die positief. Universiteitsstudenten die een of andere paper moeten maken, worden in Erpe-Mere goed opgevangen en goed begeleid. Regelmatig resulteert dit in een artikel voor het lokale tijdschrift. Vragenlijsten (bijvoorbeeld over dialect) die door de academici aan de heemkringen worden voorgelegd, worden door de kring van Erpe-Mere steeds zo goed mogelijk ingevuld. Op die manier stroomt lokale informatie door naar de academische wereld. Af en toe worden academici gevraagd om een artikel te schrijven of om een lezing te houden. Lut vertelde het publiek dat ze zelden een negatief antwoord krijgt op deze verzoeken.

Na deze twee getuigenissen was het woord aan het publiek, dat zowel uit academici als uit heemkundigen bestond. Heel wat aanwezigen bleken echter twee petjes op hebben: overdag dat van academicus en ’s avonds dat van heemkundige. Er werd met aandacht en respect voor mekaars opinies gediscussieerd over heel wat uiteenlopende punten: heemkundigen en academici bestuderen andere onderwerpen; heemkundigen beperken zich vaak tot lokale, beschrijvende studies en houden geen rekening met de ruimere context; academici en heemkundigen schrijven elk voor een verschillend doelpubliek; voetnoten en bibliografische referenties: wel of niet?; het gebruiken van moeilijke, academische taal in de artikels…

Uit de discussie bleek dat, indien er al een kloof is, deze zeker niet onoverbrugbaar is. Academici en heemkundigen willen mekaar best beter leren kennen en ze willen zeker respect opbrengen voor mekaars eigen situatie en de daaruit voortvloeiende standpunten. Het zou een taak voor Heemkunde Vlaanderen kunnen zijn om een ontmoetingsplatform voor beide partijen te organiseren. Een wakkere burger vroeg zich af of er al een academisch onderzoek gedaan was naar de mentaliteitsgeschiedenis van heemkundigen versus academici. Een dergelijk onderzoek zou natuurlijk een mooi fundament zijn voor het ontmoetingsplatform.

Lees zeker ook het interessante verslag van Fien Danniau op de website van het Instituut voor Publieksgeschiedenis.

Workshop 3: Nieuwe paden naar lokale erfgoed(samen)werking

Deze workshop werd in goede banen geleid door Philippe Liesenborghs, drijvende kracht achter ‘OpgewekTienen’, een onafhankelijk burgerinitiatief van een aantal inwoners van Tienen, die hiermee hun stad willen profileren en de samenhorigheid onder de inwoners vergroten. Om deze doelstellingen te bereiken wordt ook gewerkt rond het erfgoed van de stad, onder meer door de Tiense reuzen opnieuw onder de aandacht te brengen. Erfgoed is voor deze organisatie echter geen doel op zich, maar eerder een middel om bij te dragen aan de gemeenschapsvorming in de stad. Netwerken en het zoeken naar samenwerkingsverbanden bleken bij OpgewekTienen essentieel om dit doel te bereiken.

Ook bij de aanwezige heemkringen in de workshop bleek dat er veel werd samengewerkt met andere lokale verenigingen: van fotoclubs over Davidsfonds-afdelingen tot jeugdbewegingen. Samenwerken met anderen geeft een meerwaarde aan de activiteiten, en is voor kleinere heemkringen zelfs een ‘must’ voor een goede werking. Ook met de professionele erfgoedsector lijkt samenwerking wensbaar, maar hierbij werden toch een aantal kritische kanttekeningen geplaatst. Zo is de werking van de professionele sector niet altijd transparant, en dikwijls voelen de vrijwilligers zich overbevraagd door het grote aantal initiatieven en projecten waarvoor hun medewerking wordt verwacht.

Volgens de deelnemers aan de workshop is het geen illusie om te denken dat erfgoed en heemkunde mensen bij elkaar kunnen brengen binnen onze individualistische maatschappij. Niet alleen zijn er de duidelijke – en niet onbelangrijke – sociale aspecten van het verenigingsleven, maar er lijkt ook een maatschappelijke rol weggelegd voor het lokale erfgoed. Uit het publiek werd hiervoor een voorbeeld uit Brugge aangereikt: bij het initiatief van de ‘Open Dorpen’ in de Brugse deelgemeenten, werden allerlei lokale verenigingen gesensibiliseerd rond de aanwezigheid en het belang van het lokale erfgoed. Na zo’n traject raakten velen hierin geïnteresseerd en gingen ze ermee aan de slag om dit erfgoed ook zichtbaar te maken voor alle inwoners van het dorp.

De stelling dat heemkunde oubollig zou zijn, werd door de deelnemers aan de workshop unaniem verworpen. Zo blijkt er op lokale websites vaak veel belangstelling voor de meer ‘heemkundige’ onderwerpen. Dat bewees ook het praktijkvoorbeeld van Peter Laroy, ondervoorzitter van de heemkundige kring van Aalter, die in zijn vrije tijd een blog bijhoudt over de geschiedenis van Aalter. Niet alleen bereikt hij door zijn blog een ruimer publiek dan mogelijk zou zijn met het tijdschrift van de heemkring, ook gaan mensen echt aan de slag met de informatie die wordt aangereikt. Zo werd in de Aalterse deelgemeente Poeke een groot initiatief opgezet rond de ‘Poekse Bruine’, een (fictief) biertje dat in een historisch krantenartikel op de blog werd vermeld.

Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in Studiedagen.