Een opmerkelijke teutenstudie

In de reeks ‘Publicaties van de vzw Erfgoed Lommel’ verscheen recent een opmerkelijke studie over de Kempense teuten. Historicus en teutenkenner Jozef Mertens beschrijft in de publicatie ‘Onder invloed van Jan Frans Willems en Pieter Ecrevisse’ de 19de-eeuwse mythevorming rond taal, herkomst, handel en wandel van deze ambulante handelaars en ambachtslui.

Beeldvorming

De centrale vraag in deel I is hoe men er in de 19de eeuw toe kwam de eeuwenoude ‘teuten’, voorname Kempenaars die tot ver in de omliggende landen handel dreven, te mythologiseren als een onder elkaar trouwende groep met een eigen taaltje en met minderwaardige of zelfs misdadige activiteiten. Volgens Mertens zorgde een kleine bijdrage van de bekende Vlaamse voorman Jan Frans Willems over de zogenaamde ‘teutentaal’ (1838) als het ware voor een ‘omwenteling’ in negatieve zin in de daaropvolgende publicaties over de teutenhistorie.

Vervolgens argumenteert Mertens dat de roman ‘De Teuten’ van Pieter Ecrevisse (1844) het ‘beeld’ van die Kempenaars, vooral bij de Vlaamse lezers van volksromans, nog meer vervormde, met name door de groep in zijn geheel voor te stellen als een criminele bende. Ten slotte toont de auteur aan dat de teuten nooit Bargoens gesproken kunnen hebben, omdat het niet om leurhandel ging maar om klassieke ambulante handel. In het besluit wordt gesteld dat de typisch 19de-eeuwse mythologisering ook negatieve gevolgen gehad heeft voor het latere historisch-wetenschappelijk onderzoek. Pas tijdens de laatste decennia van de 20ste eeuw werd de betekenis van de teuten voor de distributie op het platteland in het buitenland erkend, zelfs op Europees niveau.

Tekstuitgaven

In deel II volgt de editie van enkele belangrijke bronnen en oudere literatuur uit de 19de en het begin van de 20ste eeuw, o.a. uit het bekende werk ‘De Teuten’ van Juliaan Melchior (1915). Het gaat om teksten als bewijsstukken of illustraties bij deel I, die een en ander leren over de functie en het aanpassingsvermogen van de teuten, bv. in regio’s als het hertogdom Luxemburg (vooral Lommelaars) en het prinsbisdom Hildesheim (teuten uit beide Limburgen). Bij Melchior wordt gewezen op zijn ‘bijziendheid’ en de ambiguïteit in zijn werk, een dubbelzinnigheid die lang werd meegedragen en zo het vatten van het wezen van de historische teutenhandel mee gehinderd heeft.

Stand van zaken in het teutenonderzoek

In deel III is een stand van zaken opgenomen van wat er al over de teuten gepubliceerd is en vooral van wat nog onderzocht zou moeten worden. Doel is tot verdere research aan te sporen. Voor men tot een historische synthese van de teutenhandel kan komen, dient zeker de ambulante handel in Nederland (16de-18de eeuw) nog grondig uitgeplozen te worden, net als de nog goeddeels onontgonnen eindfase (19de-20ste eeuw), met een klaarblijkelijke opsplitsing van de historische teutenhandel in een rijke textielhandel en in een degeneratieve handel in allerlei waren.

De degelijke, leesbare en rijk geïllustreerde publicatie van 200 bladzijden (full color) wordt afgesloten met een literatuurlijst en met samenvattingen in het Engels en het Duits. Uitvoerige indices van plaats- en persoonsnamen maken de publicatie vlot toegankelijk.

Het boek ‘Onder invloed van Jan Frans Willems en Pieter Ecrevisse’ is te bestellen via e-mail: info@erfgoedlommel.be. Het kost 25 euro + verzendingskosten (8 euro, buitenland: 15 euro). Meer info: Erfgoed Lommel, Luikersteenweg 244, 3920 Lommel (++32 (0)11/60.42.24).

Bekijk ook een interview met de auteur op LommelTV.be.

Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in Publicaties.