De kadasterkaarten van Popp

Onlangs verscheen het boek ‘De kadasterkaarten van Popp: een sleutel tot uw lokale geschiedenis’. Het is meteen de eerste publicatie in de nieuwe reeks ‘Accenten uit de geschiedenis van Vlaams-Brabant’. Auteur Wouter Ronsijn geeft een inleiding op het leven en werk van P.C. Popp en brengt de theorie in de praktijk met de uitwerking van een aantal casussen in Vlaams-Brabant. De publicatie kwam tot stand in samenwerking met het Liberaal Archief.

De cartografie kent momenteel een hoge vlucht met de toepassing van het Geografisch InformatieSysteem (GIS). Toch blijven de Poppkaarten een belangrijke bron van informatie voor plaatselijke heemkundigen, bouwhistorici, genealogen en geïnteresseerden of professionelen in erfgoed en (industriële) archeologie.

In een eerste hoofdstuk bespreekt Wouter Ronsijn het leven van Philippe Christian Popp (1805-1879) en hoe deze er toe kwam de kadasterkaarten in druk te brengen in de Atlas cadastral parcellaire de la Belgique. Na de Franse Revolutie werd gebroken met de eerdere privileges van het Ancien Régime. Gelijkheid hield in dat iedereen op een evenredige manier zou bijdragen in de belastingen. Om deze belastingen rechtvaardig te kunnen verdelen moest de staat uiteraard de bezittingen van elke burger kennen en zo besliste Napoleon in 1808 om over te gaan tot de opmaak van het perceelsgewijs kadaster. Voor België duurde het echter tot 1835 vooraleer dit kadaster was afgewerkt. Eén en ander had uiteraard te maken met de politieke constellatie van die tijd; het einde van het Franse keizerrijk, de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en de Belgische onafhankelijkheid. In 1842 begint Popp met het drukken van de kadastrale kaarten, in zijn eigen drukkerij in Brugge, en dit tot aan zijn dood in 1879.

In De kadasterkaarten van Popp: een sleutel tot uw lokale geschiedenis kan de lezer meer te weten komen over de ontstaansgeschiedenis en de toepassingsmogelijkheden van de Poppkaarten en -leggers. De kadastrale leggers en kaarten worden door Ronsijn op een eenvoudige manier uitgelegd, met bijhorend beeldmateriaal, zodat elke geïnteresseerde meteen aan de slag kan. Omdat de Poppkaarten ’slechts’ een doorsnede zijn van een gemeente in die tijd geeft hij ook aan welke andere kaarten en bezitsinventarissen aangewend kunnen worden om evolutieve veranderingen te onderzoeken. Als historicus laat hij ook de historische kritiek niet achterwege; elke onderzoeker moet zich ook bewust zijn van de zet- en rekenfouten in de leggers van Popp.

In de volgende hoofdstukken analyseert de auteur vier Vlaams-Brabantse gemeenten, telkens vanuit een specifieke invalshoek. In het hoofdstuk over Aarschot wordt het landschap onder de loep genomen. Aarschot, grenzend tussen het Hageland en de Kempen had een zandige bodem die veel arbeid vergde om voor een zekere landbouwopbrengst te zorgen. Op basis van de Poppkaarten heeft Ronsijn gestreefd het historisch landschap te reconstrueren waarin de mens ingreep. Hij geeft hierbij een zeer gedetailleerde beschrijving van het onderzoek naar de genese van het landschap. In het hoofdstuk over Halle wordt de landbouw benaderd vanuit het oogpunt van de eigendoms- en bedrijfsstructuren. Voor het bezit van grondeigendommen lenen de Poppkaarten zich ten volle, zo wees het uit. Aan de hand van de kadastrale kaarten en leggers konden de ligging, de eigenaars en de omvang van de industriegebouwen van Tienen in de 19de eeuw worden onderzocht. Dat niet alleen landbouw, industrie of landschap invalshoeken kunnen zijn bewijst de laatste casus waarin de kwaliteit van de woningen werd onderzocht aan de hand van het gemiddeld kadastraal inkomen (ki).

In een laatste hoofdstuk worden de vier regio’s Aarschot, Halle, Tienen en Asse met elkaar vergeleken. Omdat de informatie op Poppkaarten en de kadastrale leggers zich op het gemeentelijk niveau situeert is deze comparatieve studie hoogst interessant omdat verschillen en gelijkenissen in de dorpen en gemeenten aan het licht komen. Dit laatste hoofdstuk is alvast een goede aanzet om meer inzicht te verkrijgen in de overkoepelende geschiedenis van het 19de-eeuwse Vlaams-Brabant.

De kadastrale kaarten en leggers van de onderzochte regio’s zijn ter beschikking gesteld op een bijgeleverde CD-ROM. De publicatie is dus een bruikbaar werkinstrument geworden, met heel wat praktische informatie: een lijst van Poppkaarten van Vlaams-Brabant en hun belangrijkste bewaarplaatsen, een overzicht van de gebruikte databanken en een thematische bibliografie. Een aanrader voor iedereen die met lokaal onderzoek bezig is.

Wouter Ronsijn is afgestudeerd als historicus aan de Universiteit Gent in 2004 en volgde daarna een aanvullende opleiding Master of Conflict and Development. Momenteel werkt hij als doctorandus aan de Universiteit Gent. Hij interesseert zich vooral voor landbouweconomie, ontwikkeling en economische verandering. Zijn onderzoek gaat over de lokale, wekelijkse landbouwmarkten in Vlaanderen, 1750-1900 en over hun rol in de transformatie die de landbouw gedurende die periode onderging.

Wouter Ronsijn, De kadasterkaarten van Popp. Een sleutel tot uw lokale geschiedenis, werd gerealiseerd door het Liberaal Archief vzw in opdracht van de provincie Vlaams-Brabant en is het eerste nummer in de reeks ‘Accenten uit de geschiedenis van Vlaams-Brabant’. Uitg. Peeters-Leuven 2007, ISBN 978-90-429-2048-4, telt 148 blz, talrijke illustraties, een CD-rom met de Poppkaarten en -leggers van de besproken gemeenten, en kost € 20.

Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in Publicaties.