Belast genot

De tabaksimpost van de Staten van Brabant als verklikker van tabaksverbruik in het verleden (1694-1794)

Johan Poukens

Tabak was een van de eerste nieuwe genotmiddelen uit de kolonies waar Noordwest-Europa kennis mee maakte en ook het meest verspreidde, zowel geografisch als sociaal. Enkele dagen nadat Christoffel Columbus aan land ging op het eiland San Salvador, kreeg hij op 15 oktober 1492 gedroogde tabaksbladeren van de inheemse bevolking. Enkele van zijn bemanningsleden zouden later in het binnenland van Cuba rokende indianen gezien hebben. In Europa raakte het gebruik van tabak, zoals bij zovele andere genotmiddelen ook het geval was, eerst ingeburgerd als medicijn. Volgens de in Mechelen geboren arts en plantkundige Rembert Dodoens (1517-1585) was het bilsencruydt van Peru onder andere een probaat middel tegen hoofdpijn. Daarom stuurde Jean Nicot, de Franse ambassadeur in Portugal die ook zijn naam zou geven aan het verslavende bestanddeel van de tabaksplant (nicotine), planten en zaden naar de Franse koningin Catharina de Medici (1519-1589). Zo raakte het gebruik van snuiftabak in zwang aan het Franse hof vanwaar het zich verspreidde naar royalty en adel in de rest van Europa. Onder bredere lagen van de Europese bevolking zou het pijproken zich evenwel eerst verspreiden tijdens de zeventiende eeuw door toedoen van soldaten en zeelieden. Enkel op het Iberische schiereiland werd tabak, naar het voorbeeld van de indianen in Latijns-Amerika, in de vorm van sigaren gerookt. Snuiftabak zou pas in de loop van de achttiende eeuw ook lager op de sociale ladder doorbreken. Er zijn weinig fysiologische verschillen, bijvoorbeeld wat nicotine-inname betreft, tussen roken of snuiven. De groeiende populariteit van snuiftabak was dus waarschijnlijk ingegeven door smaakveranderingen onder impuls van de groeiende populariteit van de Franse mode tijdens de achttiende eeuw.

Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in Artikels Tijd-Schrift.