Zijn je vrijwilligers voldoende verzekerd?

Al eens stilgestaan bij wat er gebeurt als een vrijwilliger in het depot van je museum struikelt en zijn arm breekt? Dat je als organisatie in orde bent met de wettelijk verplichte verzekering voor vrijwilligers kan een vals gevoel van ‘veiligheid’ creëren. Via de verplichte polis burgerrechtelijke aansprakelijkheid kan de schade van een ongeval immers niet vergoed worden als er hierbij geen derden in het spel zijn die verantwoordelijk zijn. Wie betaalt dan de dokterskosten boven de terugbetaling van het ziekenfonds? En wat als de vrijwilliger hierdoor voor een periode niet in staat is om te werken? Wie vangt dan het inkomensverlies op? Best dus eens nadenken over welke verzekeringen je best kan nemen voor je vrijwilligers!

Als gevolg op de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers zijn organisaties sinds januari 2007 verplicht om een verzekering buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid te nemen voor de organisatie. [Enkel de feitelijke verenigingen die niet verbonden zijn aan een vereniging met personeelsleden (dit kan een organisatie met rechtspersoonlijkheid zijn of een andere feitelijke vereniging) en ook zelf geen personeelsleden tewerk stellen, moeten zich niet verplicht verzekeren. Deze feitelijke verenigingen moeten de vrijwilligers dan wel informeren dat ze geen verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid hebben en dat de vrijwilligers dus persoonlijk aansprakelijk kunnen gesteld worden. Het is evenwel aan te raden dat elke organisatie met vrijwilligers over deze verzekering zou beschikken.]

Best neem je echter tegelijkertijd ook, liefst in dezelfde polis, een verzekering buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de vrijwilligers. De wet stelt dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de organisatie ten opzichte van haar vrijwilligers geldt bij het verrichten van vrijwilligerswerk. Dat houdt in dat de organisatie burgerlijk aansprakelijk gesteld kan worden voor de fouten van de vrijwilligers waaruit schade ontstaat t.a.v. derden, zowel tijdens de activiteit als op weg van en naar de activiteit. De wet regelt het zo dat de organisatie niet zelf een verzekering voor motorrijtuigen van vrijwilligers moet afsluiten. Door de wet wordt immers de verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen uitgebreid. Als een vrijwilliger dus tijdens de activiteiten of op weg van en naar de activiteiten van de organisatie met zijn eigen wagen rijdt en dat er door zijn fout schade aan derden veroorzaakt werd, kan de vrijwilliger een tussenkomst vragen van de (eigen) verzekeraar BA-motorrijtuigen. De vrijwilligers zelf zijn vanaf nu enkel nog persoonlijk aansprakelijk voor de door hen veroorzaakte schade in geval van bewezen bedrog, zware fout of bij herhaalde lichte fout. Voor alle andere schade die vrijwilligers aan derden veroorzaken kunnen ze niet persoonlijk burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.

Een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid (BA) is niet hetzelfde als bestuurdersaansprakelijkheid. Een polis BA bestuurdersaansprakelijkheid is erop gericht de bestuurders als “leiders” of “vertegenwoordigers van de organisatie te beschermen”. Een bestuurslid van een vzw draagt immers een bestuurdersaansprakelijkheid: hij/zij heeft een taak tegenover de organisatie (o.a. goed bestuur) en tegenover de buitenwereld (o.a. vertegenwoordiging van de organisatie). Het is ook aan te raden uw bestuur hiervoor te verzekeren, ook al is deze niet verplicht. De gevolgen (ook al komen ze niet zo vaak voor) kunnen immers zeer zwaar zijn voor bestuurders.

Wil je de problemen uit de inleiding vermijden dan is het zeker aan te raden een verzekering lichamelijke ongevallen af te sluiten. Als we spreken over een ongeval bedoelen we een ‘plotse gebeurtenis die een persoon treft of overkomt’, en waardoor hij/zij lichamelijke letsels oploopt. Als er hierbij geen derden in het spel en verantwoordelijk zijn, kan de schade niet vergoed worden via een polis burgerrechtelijke aansprakelijkheid. Een ongeval is echter vlug gebeurd! Een vrijwilliger kan zich vb. ernstig kwetsen tijdens een demonstratie van oude machines. Als je geen verzekering lichamelijke ongevallen hebt, moet de vrijwilligers zelf opdraaien voor de niet-terugbetaalde medische kosten en eventueel inkomensverlies. De nadelen van deze iets duurdere verzekering wegen niet op tegen de voordelen!

Ook rechtsbijstand is een aan te raden verzekering. Rechtsbijstand gaat over de ondersteuning van de vrijwilliger als hij/zij betrokken raakt in een rechtszaak, om experten te kunnen aanduiden, een advocaat te betalen, kortom ervoor te zorgen dat de rechten van de persoon in kwestie zo goed mogelijk en onafhankelijk verdedigd worden. Dergelijke verzekering is zeker niet duur en altijd aangeraden om mee te nemen.

Tot slot moet elke organisatie nagaan wat voor soort risicoactiviteiten ze uitvoert. Je kan je immers voor heel wat zaken een verzekering nemen: vb. een verzekering om zich in te dekken tegen schade aan goederen en/of materialen die men gebruikt, tegen bepaalde contractuele aansprakelijkheidsgevallen, …

Goed om weten is dat je via de provinciale steunpunten vrijwilligerswerk kan inschrijven op een gratis collectieve verzekering. Concreet bieden de Vlaamse provincies elke organisatie per jaar een contingent van 100 verzekerde vrijwilligersdagen. Je erfgoedorganisatie of museum kan met dit contingent bijvoorbeeld 4 activiteiten met 25 vrijwilligers of 10 activiteiten met 10 vrijwilligers gratis verzekeren. Deze verzekering is ideaal voor occasionele initiatieven waarbij je museum extra vrijwilligers inschakelt. Deze verzekering vervangt dus de jaarverzekering van de vaste vrijwilligers niet. Voordeel is wel dat het niet enkel om de verplichte BA gaat, maar direct ook een verzekering lichamelijke ongevallen en rechtsbijstand omvat. Je kan bovendien een tweede of derde pakket van 100 dagen aankopen aan 28 € per 100 dagen. Via de website van je provincie kan je meer informatie vinden over deze gratis vrijwilligersverzekering. Sommige lokale besturen bieden ook een verzekering aan voor het lokale verenigingsleven. Ga eens na of je daar ook geen gebruik van kunt maken.

Heb je alle voorgaande verzekeringen afgesloten? Laat dit dan ook weten aan alle vrijwilligers die bij je museum ingeschakeld worden! Door de wet betreffende de rechten van de vrijwilligers worden organisaties immers ook verplicht om de vrijwilligers op de hoogte te brengen van de aangegane verzekeringen. Je moet ook kunnen bewijzen dat je dit deed. Je kan dit o.a. doen d.m.v. een organisatienota of huishoudelijk reglement dat je aan de vrijwilligers geeft en voor ontvangst laat aftekenen.

Meer informatie:

  • Via vrijwilligersweb.be kan men de brochure ‘Vrijwilligerswerk. De Wet. Praktische vragen en antwoorden’ downloaden. In een apart hoofdstuk legt men er bijvoorbeeld heel laagdrempelig burgerrechtelijke aansprakelijkheid uit alsook alle verplichtingen die de wet inhoudt.
  • Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw ontwikkelde een modelpolis voor de verplichte verzekering. Het loont zeker de moeite om de eigen polis eens te vergelijken met deze modelpolis. Je kan die modelpolis downloaden via vrijwilligersweb.be.
  • Een voorbeeld van een organisatienota kan je vinden op de website van het Vlaams Studie- en Documentatiecentrum voor VZW’s (VSDC)
  • In elke provincie is er een steunpunt dat organisaties met vrijwilligers kan ondersteunen: hun adressen vind je op vrijwilligersweb.be. Op die websites van de provinciale steunpunten vrijwilligerswerk vind je ook de informatie over de gratis collectieve verzekering.
  • Een uitgebreid losbladig handboek i.v.m. de wetgeving en vrijwilligerswerk is HAMBACH E. (red.), Handboek werken met vrijwilligers. Wetgeving en praktijk, Politeia/Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk.

Deze bijdrage, geschreven door consulente Daphné Maes, verscheen ook in het voorjaarsnummer 2010 van het tijschrift Museumpeil.

Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in FAQ.