Conceptnota onroerend-erfgoeddecreet

De Vlaamse regering heeft vorige week de conceptnota voor een nieuw onroerend-erfgoeddecreet goedgekeurd. Door opeenvolgende wijzigingen was de regelgeving rond onroerend erfgoed de voorbije decennia erg onoverzichtelijk geworden. Het nieuwe decreet onroerend erfgoed heeft als doel om het behoud en het beheer van de waarden van onze landschappen, monumenten en archeologische vindplaatsen te verzekeren. De nood aan een nieuwe, integrale benadering van het onroerend erfgoed vertaalt zich in deze conceptnota.

De conceptnota is niet de wettekst van het decreet onroerend erfgoed, maar wel een eerste vertrekpunt om het decreet onroerend erfgoed te kunnen maken. Omdat het behouden en beheren van onze landschappen, monumenten en archeologische vindplaatsen voor iedereen belangrijk is, is de mening van elke Vlaming over het behouden van zijn historische leefomgeving gewenst. Op deze webpagina vind je de volledige conceptnota en ook de mogelijkheid om tot 30 september je mening in te brengen. In oktober zullen alle aangebrachte ideeën en bedenkingen gebundeld en anoniem worden meegedeeld op deze website. Waardevolle nieuwe ideeën en kritische bedenkingen worden zeker besproken en opgenomen in het einddocument, dat de echte basis voor het nieuwe decreet onroerend erfgoed zullen vormen.

De belangrijkste nieuwigheden zijn:

– Het zwaartepunt van het Onroerend Erfgoedbeleid ligt vandaag nagenoeg volledig bij de Vlaamse overheid. Vlaams minister Geert Bourgeois wil de steden en gemeenten echter ook op dit vlak meer verantwoordelijkheid en inspraak geven.

– Er komt een vereenvoudiging van het bestuurlijke landschap. Vandaag bestaan de “Expertencommissie” en de “Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen” naast elkaar. Beiden worden nu samengevoegd in één adviesraad.

– Bij de vaststelling van de inventaris bouwkundig erfgoed komt er een eenvoudige administratieve beroepsmogelijkheid. Deze mogelijkheid bestaat op vandaag niet.

– Volgens internationale verdragen moet er een betere wetgeving komen voor het behoud en de bescherming van archeologisch erfgoed. Zo moet er o.m. een verkennend archeologisch vooronderzoek gebeuren voorafgaandelijk aan vergunningsplichtige bouwwerken. De conceptnota bepaalt dat dit slechts verplicht is voor terreinen met een oppervlakte vanaf 3000 m². In archeologisch belangrijke zones (BeWAEr-zones) of in historische stadskernen zal het verplicht zijn vanaf 300 m².

– De mogelijkheid tot bescherming als ‘stads- en dorpsgezicht’ verdwijnt. Bij elke bescherming kan wel een ‘bufferzone’ worden ingesteld, zodat ook de omgeving een zachte vorm van bescherming kan genieten.

– Ook de beschermingsprocedure verandert. De huidige termijn van 12 maanden tussen voorlopige en definitieve bescherming wordt ingekort tot 9 maanden. De mogelijke termijnverlenging wordt maximaal 3 maanden (nu 6 maanden).

– De koppelsubsidies worden afgeschaft. Na de hervorming geeft alleen de Vlaamse overheid nog subsidies. Provincies en gemeenten staan hier niet langer voor in.

– Het premiestelsel wordt ook vereenvoudigd. De Vlaamse Overheid betaalt een basispremie van 40 %. Bij erfgoed dat toegankelijk is voor het publiek of bij het bestaan van een beheersplan kan er 60 % subsidie worden verleend. Bij de zogenaamde ZEN monumenten (monumenten zonder economisch nut) kan tot 80 % premie worden toegekend. Nu is het premiepercentage verschillend voor werken in beschermde landschappen (40 % of 70 % bij een beheersplan) en aan bouwkundig erfgoed, afhankelijk van wie de bouwheer is (40% bij privé eigendom, 80 % voor lokale besturen, 90 % voor gebouwen bestemd voor de eredienst).

Lees de volledige conceptnota op rwo.be

Print Friendly, PDF & Email
Geplaatst in Oproepen.